aan het hof is de vraag voorgelegd of uit het gedrag van y aan het einde van het diner volgt dat hij zodanig onder invloed van alcohol was dat er sprake was van een tijdelijke stoornis van zijn geestesvermogens. het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. uit de verklaring van y volgt namelijk dat y vrij snel na zijn handdruk met hem voor de eerste keer naar het toilet ging, met een toen al waggelende gang. een medewerkster bevestigt dit. vervolgens bezocht y het toilet al vrij snel opnieuw. na terugkeer van dit bezoek kon y de tafel niet terugvinden waar hij met b zat te dineren. direct daarna vonden de verdere gebeurtenissen plaats. zo verklaarde y expliciet niet van tatoeages te houden, maar onder invloed van drank heeft hij de serveerster op haar tatoeage gekust.

rechtshandeling vernietigbaar
het tijdsverloop tussen de handdruk enerzijds en de gedragingen die de conclusie rechtvaardigen dat er sprake was van een tijdelijke stoornis, was kort. ook tijdens de handdruk ter bekrachtiging van de overeenkomst was duidelijk dat deze tijdelijke stoornis een redelijke waardering belette van de belangen die bij het sluiten van de overeenkomst waren betrokken. de met de handdruk overeenstemmende wil om de overeenkomst te bekrachtigen wordt dan geacht te ontbreken. dit zorgt ervoor dat de rechtshandeling vernietigbaar is.

uit het voorgaande volgt daarnaast dat de toestand van y ten tijde van de handdruk voor b duidelijk kenbaar was. aan de bv komt daarom geen beroep op artikel 3:35 bw toe. de exploitatie-bv heeft de vernietiging tijdig ingeroepen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief