de werkgever kan hier niet bewijzen dat het onthouden van de pleister een mishandeling inhoudt. immers, er kan sprake zijn van een zekere nawerking van de oude pleister (medisch niet onderbouwd door de werkgever). ook staat niet vast of er direct na ontdekking alsnog een pleister is aangebracht door de betreffende instelling. de werknemer stelt dat zij zich bij de verwisseling van de pleisters vanwege oververmoeidheid heeft vergist. de rechter beslist dat het ontslag geen standhoudt en de werknemer heeft recht op achterstallig loon.

 

er kan echter ook sprake zijn van een geldig ontslag op staande voet als van de aangevoerde dringende reden slechts een gedeelte in rechte komt vast te staan (hoge raad 16 juni 2006). de hoge raad stelt hier de volgende (cumulatieve) voorwaarden aan:

  1. het vaststaande gedeelte is op zich een dringende reden voor ontslag op staande voet;
  2. de werkgever heeft gesteld – en het is ook aannemelijk – dat hij de werknemer ook uitsluitend om die reden op staande voet zou hebben ontslagen; en
  3. dit laatste moet voor de werknemer, in het licht van de gehele inhoud van die aanzegging en de overige omstandigheden van het geval, ook duidelijk zijn geweest.

in deze zaak slaagt de werkgever er niet in om de kwestie op deze wijze alsnog te redden.

tip
zorg voor een juiste formulering van de ontslagbrief. als het gaat om meerdere ontslaggronden, geef dan aan dat de ontslaggronden zowel samen een (dringende) reden zijn voor ontslag op staande voet als elke ontslaggrond apart. neem altijd vooraf contact op met een juridisch adviseur.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief