Als een dergelijke situatie zich voordoet, is het niet vereist dat de belastingplichtige zich ook zelf in de belastingregels verdiept. Er is geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken bij betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden. De zaak wordt verwezen.
Commentaar
De Hoge Raad verwijst naar zijn arrest ECLI:NL:HR:2009:BH2586. Als een belastingplichtige zich heeft laten bijstaan door een adviseur, komt het erop aan of de relatie met de adviseur van dien aard is dat de belastingplichtige erop mocht vertrouwen dat gedane aangiften juist zouden zijn. In dit geval heeft de werkgever aan het kantoor doorgegeven voor welke werknemers de afdrachtvermindering moest worden toegepast. Daarom moet na verwijzing worden onderzocht of de relatie tussen de werkgever en het kantoor meebracht dat het kantoor zou beoordelen – óf en in hoeverre – was voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering. En of het kantoor daarmee bij het opmaken van de aangiften rekening zou houden.
De Hoge Raad heeft eerder in dezelfde lijn beslist in het geval dat de fout werd gemaakt door een eigen werknemer (BNB 1990/93). Als een belastingplichtige zijn administratie heeft laten verzorgen door een werknemer – en het uitsluitend aan diens plichtsverzuim is te wijten dat te weinig belasting is geheven ‒ bestaat er geen ruimte voor het aannemen van opzet of grove schuld bij de belastingplichtige. Wel moet de werkgever dan kunnen aantonen dat hij in redelijkheid niet hoefde te twijfelen aan behoorlijke plichtsvervulling van zijn werknemer.