de werkgever zegde de arbeidsovereenkomst namelijk eenzijdig op. deze wijze van opzeggen is juridisch incorrect – en daarmee ernstig verwijtbaar – omdat dit in strijd is met artikel 7:671 bw. dat wil zeggen zonder toestemming van de werknemer en van het uwv. de eenzijdige opzegging leidt dan weliswaar tot een einde dienstverband, maar is vernietigbaar. de werknemer heeft dan twee keuzes:
- binnen 2 maanden de vernietiging via de kantonrechter inroepen; of
- zich neerleggen bij het ontslag en de rechter verzoeken om een billijke vergoeding op te laten leggen ten laste van de werkgever.
de ontslagen medewerker koos hier voor de tweede optie, maar in de uitspraak van 6 november 2023 besliste de rechter van de rechtbank rotterdam, op grond van alle omstandigheden, anders. bij het in stand laten van het dienstverband had dit niet tot een verdere loondoorbetalingsplicht van de werkgever geleid. in financieel opzicht maakte het dus geen verschil voor de zieke werknemer. daardoor was er geen financiële compensatie tot stand gekomen als tegenwaarde ten opzichte van herstel van de arbeidsovereenkomst. vandaar dat de billijke vergoeding werd afgewezen.
tip
de werkgever in deze zaak had geluk met deze afloop, maar dit voorbeeld verdient zeker geen navolging. zorg er als werkgever daarom altijd voor dat je op juridisch juiste wijze een einde maakt aan het dienstverband en niet in de sfeer komt van ernstig verwijtbaar handelen. dit levert je doorgaans een te betalen billijke vergoeding op, die flink hoog kan uitvallen.