de rechter toetst de situatie aan de hand van de arbeidsomstandighedenwet en de arbeidstijdenwet. de rechter stelt vast dat de werknemer een contract had voor 40 uur per week. conform het aan de rechter overgelegde overzicht maakte de werknemer in de periode 2001 tot en met 2006 elke maand overuren, op vier maanden na. de rechter is dus kort en stelt vast dat er sprake is van structureel overwerk en dat de werkdruk onverminderd hoog was. daar komt bij dat de werknemer heel veel heeft gereisd voor zijn werk, waarbij hij regelmatig kampte met jetlags. ook werd hij in die jaren leidinggevend. toch komt onvoldoende vast te staan dat de burn-out werd veroorzaakt door het structurele overwerk in de periode 2001 tot en met 2006. wellicht spelen er ook zaken in de privésfeer. en juist gelet op de hoge functie van de werknemer, mocht van hem worden verwacht dat hij het zou aankaarten, indien de druk hem te hoog werd. al met al wijst de rechter de vordering van de werknemer dus af.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief