om de verrekening van overdrachtsbelasting te duiden, moeten we onderscheid maken tussen twee varianten. in de eerste variant hebben de ouders de koopsom voor de bloot eigendom destijds geheel (al dan niet in termijnen) kwijtgescholden, en in de tweede hebben de kinderen deze koopsom daadwerkelijk betaald. in beide gevallen is destijds overdrachtsbelasting betaald over de waarde van de bloot eigendom.

variant 1
hebben de ouders de koopsom destijds geheel kwijtgescholden, dan wordt de gehele waarde van de woning als fictieve verkrijging meegenomen (uitgezonderd de waardestijging tot 2010). daarbij mag alle destijds betaalde schenk- en overdrachtsbelasting, verhoogd met 6% per verstreken jaar, worden verrekend met de nu te betalen erfbelasting.

variant 2
hebben de kinderen de koopsom destijds werkelijk betaald, dan komt deze koopsom, verhoogd met 6% per verstreken jaar, in mindering op de fictieve verkrijging. maar, in dat geval mag de betaalde overdrachtsbelasting dan ook niet meer worden verrekend. dat zou immers dubbelop zijn.

overigens hoeft de fictie niet altijd meer te worden toegepast, bijvoorbeeld als het gebruiksrecht meer dan 180 dagen voor het overlijden van de vruchtgebruiker is geëindigd.

tip
heeft je cliënt de bloot eigendom van de woning en is de laatste vruchtgebruiker overleden? beoordeel dan de werking van de fictieve verkrijging voor de erfbelasting.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief