de rechtbank wijst het standpunt van het echtpaar af onder verwijzing naar de uitspraak van de hoge raad van 14 juni jl. daarin oordeelt de hoge raad dat de gevolgen van de box-3-heffing moeten worden beoordeeld in samenhang met de gehele financiële situatie van de belastingplichtige. de rechtbank meent dat dit ook het uitgangspunt moet zijn als de belastingdruk meer dan 100% is en er in feite sprake is van interen op het vermogen. hoewel de doelstelling van de box-3-regeling is om alleen het rendement – en niet het vermogen zelf -te belasten, hoeft dit feit nog niet te betekenen dat er sprake is van een individuele en buitensporige last. gezien de inkomens- en vermogenssituatie van het echtpaar is daarvan geen sprake.