juridisch blijft de stichting ook na het overlijden van moeder eigenaar van de vier panden. door de apv-wetgeving wordt dit vermogen fiscaal toegerekend. dat gebeurt eerst aan moeder en na haar overlijden aan haar zoon als erfgenaam. toerekening aan de zoon blijft achterwege, als deze niet rechtens dan wel in feite, direct of indirect, begunstigde is van het apv en dit ook niet kan worden (de tegenbewijsregeling).
zowel in de procedure voor de erfbelasting als voor de inkomstenbelasting slaagt de zoon er niet in om afdoende tegenbewijs te leveren. mede uit correspondentie tussen moeder en zoon is afgeleid dat het vermogen is bedoeld voor de zoon, die ook steeds als bestuurder van de stichting betrokken is geweest. ten slotte sluiten de statuten niet uit dat een eventueel batig saldo overeenkomstig de bedoeling van de moeder wordt aangewend.