Een Litouws uitzendbureau stelt personeel ter beschikking aan Nederlandse opdrachtgevers. Zij biedt het uitgezonden personeel huisvesting onder inhouding op het loon van een bedrag per gewerkt uur. Het uitzendbureau neemt de huisvesting af bij derden. Zij vraagt de daarbij in rekening gebrachte btw terug op grond van artikel 31, leden 2 en 3 Wet OB. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het uitzendbureau met het huisvesten van personeel een dienst verricht tegen vergoeding. Het uitzendbureau vindt van niet, de inspecteur van wel. Hof Den Bosch geeft het gelijk aan de inspecteur.

Het hof oordeelt dat er voldoende rechtstreeks verband is tussen de huisvesting en de tegenprestatie die het personeel daarvoor betaalt. De overeengekomen vergoeding is niet willekeurig. Het feit dat het in te houden bedrag afhangt van het aantal gewerkte uren, leidt niet tot het verbreken van het rechtstreekse verband.

Teruggaafverzoeken
Het uitzendbureau had in Nederland btw-aangifte moeten indienen voor deze dienst. Daarin had zij de in rekening gebrachte btw kunnen terugvragen. Het uitzendbureau had daarom de teruggaafverzoeken niet op grond van artikel 31, leden 2 en 3 Wet OB mogen indienen. Deze verzoeken zijn dan ook terecht afgewezen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief